Eva van Baar

Schrijven is doen

Columns

Ik schrijf al jaren columns, soms worden ze gepubliceerd in regionale kranten.
Een aantal zijn gepubliceerd in Trouw en in de Viva.
Met een column-wedstrijd van Libelle heb ik een prijs gewonnen. 

De eerste bundel columns is uitgegeven onder de titel: Doolhof of Labyrinth.
De tweede bundel is inmiddels uitgegeven en heet: Een hond met een achternaam.

Uit de collectie zal ik regelmatig nieuwe columns en poëzie op deze website zetten, dan heb je iets te lezen, en misschien krijg je dan ook trek in meer.

Eva van Baar. 

Feedback kunstplant Ikea

We zitten aan de grote tafel tegenover elkaar met de laptop.
Af en toe kijkt er een van ons links of rechts om de laptop heen, en verder zitten we knus achter onze eigen schermpjes, met een kop koffie er naast.
Enige tijd geleden heb ik kunstplanten bij Ikea gekocht en Paul ook. Hij een hele grote, ik een paar kleintjes.
Vroeger heb ik planten gehad die het lang volhielden, grote en kleintjes, maar sinds ik katten heb is dat verleden tijd, daarom die kunstplanten.
Makkelijk, je hoeft ze alleen maar neer te zetten en je hebt er geen omkijken meer naar.
Paul kreeg een feedback vraag via de mail, hoe de kunstplant bevalt.
Eerlijk gezegd niet zo goed, ze drinken zo veel en het liefst whisky.
Eentje geeft licht in het donker, en hij zeurt me maar aan mijn kop dat hij wil wandelen, in een bos waar veel planten staan.
Hij voelt zich eenzaam en komt dan verdrietig aan mijn bed huilen.
Hij vindt dat hij wordt verwaarloosd door mijn kat.
Die zit aan alle echte planten, maar deze laat hij met rust.
Dat is ook de bedoeling.
Die andere wil in echte aarde staan en hij wil een mooiere bak.

Dat laatste zal misschien nog wel eens gebeuren, maar op dit moment heeft dat nog geen prioriteit.
De derde kan zijn blaadjes niet laten vallen, die zitten muurvast. Daar heeft hij last van.
Hij vindt het niet leuk dat ze alle drie hetzelfde zijn, hij was graag een beetje anders geweest dan die anderen.
Meer een eigen identiteit, zogezegd.
Jammer dat mijn planten in een identiteitscrisis zitten, maar ook dit heeft bij mij niet zo’n hoge prioriteit.
Als ik ooit helemaal niets meer te doen heb, kan ik altijd nog kijken of ik iets aan die klachten kan doen.
Ik vind het toch niet zo’n fijn idee dat ze het niet naar hun zin hebben.

Maar de kans is het grootste dat ik ze gewoon in hun sop gaar laat koken. Of ik koop nieuwe die niet zo zeuren.
Ik had ze gekocht voor het gemak, maar ik heb er mijn handen aan vol.
Toch leuk dat ze bij Ikea om feedback vragen.

Eva

Vakantie 2016 

Om het inbrekersgilde niet op een idee te brengen zal ik niet zeggen waar we zitten, hoe lang, of we er nog wel zitten of inmiddels thuis zijn.
We kwamen met onze caravan aan met regen en dat is niet meer over gegaan.
Maar dat wisten we toen nog niet.
Vier weken vakantie, drie dagen mooi weer.
Bij de receptie kregen we een uitgebreide ontvangst; “leeftijdsgenoten, leuk”.
De man was 82, wij nog lang niet, maar dat maakt niet uit.
Hij begon een verhaal over zichzelf en was niet meer te stuiten.
Hij fietste voor ons uit naar onze gereserveerde plaats, en gelukkig vertelde hij ook nog het een en ander wat we wel wilden weten.
Onze plek was bij ‘Dombo, de olifant’.
Het bleef hozen, kletteren, miezeren en tussen de buien door renden we snel met de tassen naar de caravan.
Vechten met het matras dat heel kunstig in een hoekje is ingebouwd.
Elk jaar zijn we weer vergeten hoe dat was, maar we blijven er niet voor thuis.
Er rent een eekhoorntje naar boven in de boom die 5 meter bij mij vandaan staat.
Het is even droog, we zitten buiten.

Vakantie.

Oudenbosch

 

Omdat we er allebei iets mee hebben zijn we naar de kerk van Oudenbosch gegaan.
Die is geïnspireerd op de Sint Pieter van Rome.
Een indrukwekkend gebouw, met de pracht en praal die je ook in de Sint Pieter tegen komt. Persoonlijk vind ik de ingetogen Pieta van Michelangelo het mooiste, maar het is wel imposant om al dat goud te zien.
Er worden nog diensten gehouden, er werd geoefend door de communicantjes van dat weekend, een indrukwekkende rij.

Dat heb je nog in Brabant. 
We kwamen voorbij een biechtstoel, en ik twijfel of die nog net zo frequent gebruikt wordt als vroeger, want er stonden verfblikken, die net onder het gordijn uit kwamen.
Misschien worden ze weggehaald als de pastoor in actie komt, dat kan.

Klompen 

Als je kampeert heb je niet je mooiste spullen bij je, het moet tegen een stootje kunnen.
Het moet makkelijk zitten, het moet er nog redelijk uit zien als het een poosje opgevouwen in het kastje gelegen heeft.

Kortom, ik heb altijd speciale vakantiekleren bij me.
Een nette jurk voor speciale gelegenheden, en nette schoenen.
Verder heb ik de hele vakantie op witte klompen met roze roosjes gelopen.
Die konden tegen de regen.
Aan het eind van de dag zogen ze aan mijn voeten vast, zodat het nog een hele toer was om ze uit te doen.
Maar ze deden het prima, ik heb er veel plezier van gehad.

Afvalkunde

In eerste instantie dacht ik aan een nieuwe manier om af te vallen. Ook al heb je al honderden keren gelezen dat er geen wondermiddelen bestaan, toch trap je er af en toe weer in, als er van die enthousiaste verhalen bij staan van mensen die nergens van afvielen, maar wel van dit product.
Maar nee, dit gaat over vuilnis.
Ik weet dat er hele bevolkingsgroepen leven van wat je kunt vinden op de afvalberg, maar persoonlijk lijkt het me helemaal niks om in het afval van een ander te moeten snuffelen naar bruikbare dingen.
Al die weggegooide etensresten, om van luiers en maandverband nog maar te zwijgen, dat zit er ook allemaal tussen. Alles wat bruikbaar is wordt vaak al gescheiden weggegooid, wat ik een hele goede zaak vind.
Overigens gaat dat in mijn wijk heel onlogisch, de huizen beneden hebben drie afvalbakken grijs groen en blauw.
Degenen die een huis boven hebben gooien alles door elkaar in een container met een gat wat niet zo erg groot is, dus sommige dingen kun je niet kwijt.
Daar is het grof vuil dan weer voor, dat kun je zelf afvoeren, of je kunt het op laten halen.
Officieel mag je je spullen pas na achten ‘s morgens neerzetten, maar iedereen doet het de avond tevoren, en dan verandert die berg voortdurend van samenstelling.
Wat er stond wordt weggehaald door mensen die er nog wel iets in zien, en de berg wordt weer aangevuld door mensen die er iets bij zetten wat ze ook van af willen.
Ik heb een periode bij stadsontwikkeling en beheer gewerkt, daar valt grof vuil onder.
Dan nam ik de telefoon op:
”Spreek ik met grof vuil?”
Het vuil moest op een bepaalde manier worden aangeleverd, niet meer dan zoveel kubieke meter, hout moest gebundeld, stenen en bouwafval moesten apart worden aangeleverd.
Snoeiafval apart, elektrische apparaten ook.
Kortom, minder makkelijk dan je denkt.
Ik werkte er pas en kreeg en chinees aan de lijn. Netjes dat die persoon het op onze manier probeerde, jammer dat ze echt alleen maar chinees sprak.
Mijn collega zat er niet mee.
“Hebbu snoei, hebbu elektrisch?”
Ik vraag me af wat die Chinese mevrouw van ons Hollanders heeft gedacht. 

Senseo

Ik ken iemand, ik zal geen namen noemen, die altijd haar Bonsai boompje meeneemt op vakantie.
Drie weken Oostenrijk, en ze houdt hem de hele weg op haar schoot op de voorbank.
Als je je planten achter moet laten bij iemand als ik kan ik me dat voorstellen, ik kan alles net aan in leven houden met een scheut water, meer zit er niet in, ik heb geen groene vingers.
Maar bij ons gaat het Senseo apparaat mee.
Het mag nog net niet op mijn schoot op de voorbank, maar het wordt als laatste ingepakt en als eerste uit gepakt als we met de caravan op onze bestemming  zijn.
Eerst de stroom er op en dan een kop koffie.
Daarna zijn we bereid tot het opzetten van luifels, het uitdraaien van pootjes, het opmaken van de bedden, kortom al die dingen die je moet doen voor je met de tweede kop koffie kunt gaan zitten.
Ik hoorde al jaren over mensen die met vijf kilo binten en Douwe Egberts koffie op vakantie gaan.
Over expats die een moord doen voor hagelslag, stroopwafels en drop, dus eigenlijk vind ik dat ik een goede traditie voortzet.
Voor ons valt het Senseo apparaat onder de eerste levensbehoeften.
Bij u niet dan?  

Max

Ik zit in de doelgroep voor Max.
De omroep, met programma’s als dokter Deen, André Rieu, Willeke Alberti, en die van de hak, hoe heet ze ook alweer?
Ze doet die hak nu niet meer, dat is inmiddels iemand anders waarvan de naam me ook ontschiet.
Ze interviewen mensen van vijftig jaar en heel veel ouder.
Alles gaat in een rustig tempo, er wordt niet meer met vier mensen tegelijk door elkaar gesproken aan die tafel met hoe heten ze ook al weer?
Ze hebben een programma over mensen die met hun caravan door de Europa reizen. Daar moet je een hele goede conditie voor hebben. Zowel voor die reizen als voor groepen in het algemeen.
Ik reis het liefst met mijn partner samen. Dan kunnen we alles in ons eigen tempo doen. En bij elk terrasje aanleggen, dat is voor ons de meest prettige manier van vakantievieren.
Als we naar een bioscoop gaan, komen we daar vooral mensen van onze eigen leeftijd tegen. Als we ergens gaan eten ook.
Als we naar een muziekprogramma gaan, zitten er vooral grijze hoofden in de zaal.
Zelfs bij Bangers en Mash.
Dat is een Ierse band waar nog behoorlijk swing in zit, maar er komen weinig jongeren.
Ze weten niet wat ze missen. 

Smalltalk
Dat is iets wat in elke branche voorkomt.
En niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook het privéleven draait er op.
In de wachtkamer van de dokter;
“Wat is het lekker buiten hè?”
“Heerlijk, het lijkt wel voorjaar.”
In de rij bij Albert Heijn.
“Wat een heerlijk weer hè?”
“Nou, het lijkt wel voorjaar.”
Op een verjaarsvisite, als je terecht ben gekomen naast iemand die je totaal niet kent. En die je niet wilt leren kennen ook als je beter kijkt.
“Wat een heerlijk weer hè, het lijkt wel voorjaar.”
Als je pech hebt begint je buurvrouw dan over plantjes en bloemen en al dat moois, waar ik geen verstand van heb.
Ik vind het mooi om naar te kijken, maar ik weet er weinig van.
Ze doen het bij mij ook niet. Planten gaan bij mij dood.
Ik heb ten einde raad maar kunst planten genomen, die blijven gewoon zoals ze zijn.
Dat is trouwens ook een prachtig onderwerp voor smalltalk.
Tenzij je te maken hebt met iemand met groene vingers zoals die mevrouw waar ik het over had. Die had hele groene vingers, je zag het nog als ze haar handen gewassen had.
Ik kreeg een bestraffende preek, ze vond me een waardeloos mens.

Wie niet goed voor zijn planten zorgt is een onmens.
Waar zijn dan al die plastic planten voor, die je bij Ikea kunt kopen?
Juist.
Voor ons. Onze gaven liggen op een ander terrein.
Wij genieten van het park dat door de gemeente wordt aangelegd.
Wij reizen de wereld over voor de schoonheid van de natuur.
Alleen niet in onze huiskamer.
Dat mag toch?

Bakkies

“Pardon, kunt u even opschuiven?”
“Heb je het tegen mij?”
“Ja, kunt u misschien een stukje opschuiven?” Ken je niet gewoon zegge? Ik wil best een tukkie opschuive, maar je hoef niet so’n kapsones te hebbe. Je ben niet meer as ik hoor”
“Nou, dat staat nog te bezien”
“Wat bedoel je daar nou weer mee. Spreek gewoon je moers taal”
“Dat doe ik ook. Om precies te zijn, dat is mijn specialisme. Ik ben de bak waartin de vertaalattributen zitten. De correspondentie, de belastingpapieren, de hele administratie.
“Hoor hem. Atministrasie. Nou, ik mag dan een veel kleiner bakkie zijn, ik pas op de spullletjes die ze in haar vrije tijd gebruikt, voor de rekreasie, as je begrijpt wat ik bedoel.
En dat is heel belangrijk. Goed tegen de strets.”
“Goed, goed, werk is belangrijk, en vrije tijd ook. Het gaat om de balans, het juiste evenwicht”
“Dacht ik ook. En onder ons gezegd, as ik haar soms bezig zie met die meetlat as ze een patroon uitradert, dat lijkt wel angenome werk!”
“Is jou dat ook opgevallen?We zullen maar je en jij zeggen he, we staan al zo lang in hetzelfde kastje” Ik heet Wim.
Okee Wim, ik heet Frans. Maar om nog even op die srtrets terug te komen”
“stress”
“Jij je zin, stress. Om nog even op die stress terug te komen, een paar jaar geleden moest zon jurk achter mekaar af. En dat was niet gezond voor de spulletjes in me bakkie.
Tegenwoordig neem ze er meer de tijd voor, dat gaat een stuk beter”.
“Zeker, maar ze heeft op dit moment ook veel vrije tijd.
Aan de boekhouding te zien heeft ze dit jaar weinig vertaalwerk gedaan en dan heb je natuurlijk veel meer tijd voor je hobby’s”
“Nou, dat is dan ook wel te merken. Ik heb de penselen al een hele tijd niet meer gezien.
Ze schijnt zo’n akwa- hoe heet dat, weet jij dat? Zo’n schildercursus”
“Aquarelcursus?”
“Dat bedoel ik. Dat schijnt ze te doen en dan nog zingen op de maandag en tussendoor die liedjes voor zangles Hoe heet dat ook weer?”
“Repertoire”
“Kan wel, zo’n frans woord. En dan op vrijdag nog schrijven. Het is een heleboel, ik zou er doodmoe van worden weet je dat?”
“Ja, ik ook. Ik zie het soms hoofdschuddend aan, maar ze schijnt zich het prettigst te voelen als ze lekker bezig is. En daar gaat het toch om, nietwaar?”
“Mijn idee, of het nou uit jouw bakkie komt, of het mijne.”
 

Ikea

Omdat we een dvd rek nodig hadden en omdat het toch regende, zijn we vandaag naar Ikea gegaan.
Op zaterdag. Dat bleek achteraf niet zo’n goed idee te zijn.
Op de heenweg hebben we uitgebreid in de file gestaan, want er was een ongeluk gebeurd.
Toen we de gebruikelijke route door Ikea namen, kwamen we als vanzelf bij het restaurant terecht, waar een lange rij stond voor de beroemde Zweedse gehaktballetjes.
Ik hield ondertussen een tafeltje bezet, zo waren de taken weer verdeeld.
Dat dvd meubel was redelijk snel gevonden, maar we wilden ook nog een aantal planken met strips en zo hebben, dat was lastiger.
Die moesten ergens bij staan, maar daar stonden ze niet.
We zwierven door de hele winkel, er schijnt nog een kortere route te zijn, maar die hebben we tot op heden niet gevonden.
Maar ergens anders vonden we de planken en de strips en zo.
Oké, alles opgeschreven, daar moesten we dan beneden nog even naar zoeken, eitje.
Vervolgens kwamen we bij de lampen.
Een hele afdeling met allemaal verschillende lampen.
Met kleine fitting, grote fitting, led en andere verlichting, kortom een eldorado voor een man die er plezier in heeft om ze allemaal uit te proberen, en dat dan een keer of honderd.
Ik had al aanvechtingen om hem onder te brengen in Småland.
Maar ik krijg de indruk dat je daar niet zo lang mag zitten, want er  wordt om de haverklap omgeroepen dat Inge en Jort en Evert en Jozef en Ali willen worden opgehaald uit Småland, dus daar was ik dan niet echt lang van af, denk ik.
De onderdelen voor de planken, de strips en zo lagen niet waar ze hoorden te liggen, dat was tenminste consequent, dat moet je Ikea nageven.
Na lang zoeken hadden we toch de hele boel bij elkaar.
Onderweg naar de kassa passeerde we een stapel stoelen met een mevrouw er in die op apegapen lag.
Ik kon me er iets bij voorstellen.
We hadden al een spaghettitang gescoord, en een set bestek voor heel weinig geld. Maar eigenlijk wilden we ook de zwarte wc borstels nog wel hebben. En de fotolijstjes van grenenhout. Die lijstjes waren er niet meer, maar in de lange rij bij de kassa zagen we de zwarte wc borstels. Je kon kiezen, met zwarte of witte houder. Voor 79 cent per stuk, dat maakte veel goed.
Ik overwoog nog of ik om een ijsje zou gaan zeuren in de rij bij de kassa.
Maar daar heb ik maar van af gezien, ik ben bang dat ik anders lopend naar huis had gemoeten.

Het dvd rek bleek heel lang, het kon net in de auto, met een gevaarlijk stuk wat uitstak tussen de stoelen.
Heel voorzichtig rijden dus, en niet stoppen.
Thuisgekomen konden we geen parkeerplek meer vinden want er was een buurtbarbecue.
Maar met enig ruilen en ritselen hebben we ook dat opgelost.
Als ik nog iets ben vergeten bestel ik dat wel online, ons zie je voorlopig niet meer bij Ikea.

Jaar bij de marine

Naar aanleiding van het bericht op het nieuws dat slachtoffers een wens mogen uitspreken in verband met de straflengte van hun dader, werden mensen op straat geïnterviewd.
Wat zou u zeggen?
Er kwamen een aantal mensen aan de beurt die in duidelijke Amsterdamse bewoordingen vertelden wat ze hun inbreker toewensten.
Mensen waren soms verhuisd na een inbraak. Het is een behoorlijke inbreuk op je leven, om er maar eens een woord tegenaan te gooien, wat behoorlijk op inbraak lijkt.
En dan heb ik het nog niet eens over misdaden die zo ernstig zijn dat je er je hele leven niet meer overheen komt.
Misdaden met ernstig letsel, of moord.

Ik heb meer dan eens verbijsterd gelezen hoe weinig er soms aan straf wordt gegeven, vooral als er niet helemaal duidelijk was of de persoon in kwestie wel helemaal toerekeningsvatbaar was.
Ik heb daar uiteraard zelf ook mijn gedachten over en ik vond het prachtig verwoord, door een van de mensen die werd geïnterviewd.
‘Ze zouden die mensen eens een jaar bij de marine moeten laten werken.’
Ik heb altijd gedacht dat dit een normale baan was, maar kennelijke zijn er insiders die daar anders over denken.
Maar genoegdoening in de vorm van een behoorlijke straf, is heel duidelijk nodig, het is een wezenlijk onderdeel van de straf.
Dat lijkt me ook heel logisch, als je er zomaar mee wegkomt, is dat niet erg stimulerend om zelf netjes te blijven en het suggereert dat het allemaal wel meevalt, dat zo’n misdaad niet zo erg is.
Tot je zelf slachtoffer bent, dan weet je precies hoe erg het is.
Van mij mag het slachtoffer meepraten over de strafmaat.

De kleur van riet in de winter 

Uit TheSword magazine van kerst 2013.

Vis

 

Ik sta in de viswinkel.
Op de toonbank voor me liggen folders van sausjes.
Er staat een dikke man met een smerig bloederig schort voor en er liggen scherpe messen op een houten tafel achter hem.
De bakken met hun ijsgekoelde inhoud stinken.
De vissen kijken me met dode ogen aan.
Verderop kronkelt nog wat.
Die palingen lijken  het eeuwige leven wel te hebben.
Ik eet ze nooit, ze staan me tegen.
Als je weet wat ze eten, begrijp je wel waarom.
Er staat een grote bak paella onder een poster van een nog grotere bak paella.
Op de poster lijkt het veel eetbaarder dan in werkelijkheid.
Het ziet er lekker uit, maar ik heb het wel eens geprobeerd, en van mij hoeft het niet meer.
Voor mijn man zijn plezier kom ik hier wel eens wat halen.
Er staan potten met Amsterdamse uiten, en augurken.
De bakken met salade trekken me meer aan, aan een salade kun je niet meer zien wat er in zit.
Uit de bak met gepaneerde stukjes kies ik er een paar uit.
Mijn man vindt dit geen vis, maar daarom koop ik ze ook.
Voor hem koop ik een echte, een herkenbare vis.
Ik hou niet van vis. 

Geef mij maar een gehaktballetje op vrijdag!

Blinde Vink

Hoi, met mij.
O hallo, ik verwachtte je telefoontje al.
Wat ben je aan het doen?
Ik zit met een blinde vink...
O wat zielig, wat ga je er nou mee doen? Er is toch zo'n opvang, hoe heet dat...
Nee, een blinde vink...
Dat zei je toch. Die vogelopvang, die we altijd hadden, dat vrouwtje om de hoek, weet je nog?
Daar bracht iedereen zijn dieren naartoe en dan bracht zij ze weer naar de officiële opvang.
Hoe heette ze ook alweer?
Nee, ik bedoel...
Ja, mevrouw Schouten, ik weet het weer.
Dat heeft ze jaren gedaan, toen we klein waren brachten we alles daar al heen.
Weet je nog die zwerfkat met die gebroken poot, hij liep mank, zo’n cypertje. Ik was toen een jaar of acht, denk ik...
Nee, ik zit te eten.
Aardappels met sperziebonen en een blinde vink.
Zeg dat dan gelijk. 

Happiness

Ik vroeg aan professoren die moeilijke dingen vertelden aan slimme studenten: ‘Vertel me, wat is geluk?’
Ik vroeg aan directeuren van grote bedrijven met veel personeel: ‘Vertel me, wat is geluk?’
Ze schudden hun hoofd en keken me aan of ik gek was.
Toen, op een zondagmiddag wandelde ik langs de rivier.
Ik zag een groep Hongaren met hun vrouwen en kinderen; een vat bier en een accordeon.
Dan is zo’n vraag toch geen vraag meer.
Geluk is gewoon langs de rivier te vinden. Langs de weg, in de natuur.
Geluk vind je in de ogen van een klein kind, in een liefdevol gebaar.
Bij oude mensen, jonge mensen, dieren.
In alles waar je blij van wordt.
Niets moeilijks aan.

As soon as Fred gets out of bed

Zodra Fred zijn bed uit komt, gaat zijn onderbroek uit en hij trekt hem over zijn hoofd.
Zijn moeder vindt dat hij daar niet hoort, maar Fred houdt hem daar de hele dag.
En ‘s avonds als hij naar bed gaat en het licht gaat uit, belandt zijn onderbroek - waarom weet niemand - aan zijn teen.
Dit is nog eens een goed voorbeeld van het verschil tussen de logica van volwassenen en kinderen.
Waarom zou een onderbroek niet op je hoofd kunnen, of aan je teen?
Kan iemand daar een steekhoudend argument voor verzinnen?
Nee toch?
Wij volwassenen hebben ingesteld dat sokken aan je voeten horen en een hoed op je hoofd. Als het koud is draag je een trui, en op straat draag je schoenen.
Maar wie bepaalt dat?
Kinderen hebben hun eigen logica en die kan heel verfrissend zijn.
Als je een kind nieuwe dingen leert, kijk je met nieuwe ogen naar alles wat zo vanzelfsprekend voor je is.
Ik kan me van mijn oudste dochter herinneren dat ze een jaar of drie was en verrukt uitriep: ‘mama dat pak zit helemaal vol met speculaasjes.’
Ik had het gekocht omdat het vol speculaasjes zat, daar ging ik van uit.
Onze taal heeft ook af en toe woorden waarvan je denkt ‘hoe komt het dat we daar aan zijn blijven hangen?’
Kan iemand me vertellen waarom het tussen de middag heet?
Waartussen?
Ik bedoel maar. Ga eens op je hurken zitten en kijk met je kind mee.
Heel gezellig. 

Roezel

Hallo, mag ik me even voorstellen, ik ben de roezel van mevrouw beneden.
Ik hoef niet uit te leggen wat een roezel is, dat weet u natuurlijk wel.
Vanmorgen was het weer helemaal mis.
Terwijl mevrouw de tanen aan het tammeren was schoot plotseling de teuzel door het open raam naar buiten. Ik had nog gezegd, hou de ramen dicht, maar als je de tanen aan het tammeren bent moet je dat met de ramen op doen anders kun je het net zo goed laten, vond mevrouw.
Goed, de teuzel was buiten. Wat nu?
Roepen hielp niet, lokken met lekker eten ook niet, de teuzel was en bleef buiten.
Na enig overleg besloten we de guipen in te schakelen. Nu zult u misschien zeggen; waarom nou meteen de guipen erbij, je kunt het toch gewoon eerst zelf proberen? Maar mevrouw kan niet tegen doten en ik kan zo snel niet ruiven dus het hoeft verder geen betoog dat het noodzakelijke was om de guipen erbij te vragen om ons te helpen.
Nou zat het ons wel tegen want via de foek waren ze niet te bereiken en de nuis gaf ook al geen antwoord. Een van ons tweeën moest ernaar naartoe lopen om de situatie uit te leggen.
Zoals gezegd kan mevrouw niet tegen doten, dus moet ik er heen. Ik slingerde mijn gief om me heen want het dikkerde een beetje en ging op pad.
Het was ongeveer een half uur lopen dus ik was er vrij snel.
Ik dumpelde het tuinhek binnen en woolde.
Geen reactie. Ik woolde nog eens en was net van plan maar weer weg te gaan toen de botel de deur open deed en vroeg wat ik kwam doen.
Na mijn uitleg vertelde ze dat de guipen verhinderd waren, maar ik kon wel even in de wuivel komen zitten, het zou niet lang duren. Nou zijn wuivels altijd nogal kniefterig en deze vormde daarop geen uitzondering. Wat een droffels en die keven! Zulke koeters had ik nog nooit gezien en dat wil wat zeggen.
Enfin ik ging maar een fompje zitten lezen, dat kortte de tijd. Na een poosje kwam de botel vertellen dat de oefste guip beschikbaar was. Eigenlijk had ik liever de iefste gehad, want die is altijd veel ompiger maar goed, het was tenminste iets.
Toen we thuis kwamen bleek de teuzel er alweer te zijn.
Hij was door de kuiter naar binnen gesprongen en lag behaaglijk tussen de possems. 

Nat

Mijn kat zit in de lectuurmand te wachten tot de vloer droog is.
Er is net gedweild, hij heeft een balletje voor zich op de vloer, maar hij kan er net niet bij met zijn poot.
Hij waagt het er op en geeft het balletje een tik.
Normaal rent hij er wild achteraan en dribbelt als een volleerde voetballer met het balletje.
Maar hij is al eens uitgegleden op een natte vloer, dat heeft hij blijkbaar goed onthouden.
Hij wacht geduldig tot het beter wordt.
Hij heeft een selectief geheugen merk ik.
Hij weet dat hij iedere morgen voer van me krijgt, maar hij loopt ook nog de rest van de dag te zeuren om meer.
Blik voer, welteverstaan, want brokjes heeft hij altijd in voorraad.
Voer voor psychologen.

Auto’s

Als ik mannen over auto’s hoor praten ga ik er zo onopvallend mogelijk bij zitten.
Niet zo dichtbij dat ze niet meer verder praten, want ik wil niets van het gesprek missen.
Het blijft me verbazen.
Allemaal hebben ze een ander merk auto, van verschillend bouwjaar, op gas, diesel, of loodvrije benzine.
Met een WA-verzekering, all risk, weet-ik-veel, allemaal verschillend. Ze hebben het allemaal het beste geregeld met die auto.
“ Ik heb iedere twee jaar een nieuwe. Je hebt er nooit makken mee en je krijgt een hoge inruilwaarde terug.”
“Ik rijd hem altijd helemaal op. Zodra hij de garage uitrijdt, zakt hij al in waarde. Je kunt hem beter oprijden.”
“Ik rij altijd Renault. Lekkere wagentjes, niet duur. Prima karretje voor die prijsklasse.“
“Die Franse auto’s roesten onder je kont weg (pardon, ik citeer alleen, dit zijn niet mijn woorden).
Nee, geef mij maar een Opel. Heb ik al jaren. Nooit problemen mee.”
Terwijl dit gesprek vol tegenstrijdigheden verder gaat trek ik me peinzend terug.
Ik kom altijd mensen tegen die voor 4.000 gulden een goede auto zeggen te kunnen kopen.
Dat is ons nog nooit gelukt. Mijn man gebruikt onze auto dagelijks voor lange afstanden en hij staat buiten (de auto hoor, mijn man mag gewoon binnen ko­men).
Wij zoeken dus naar iets wat veilig is en niet zo snel roest. Verder weet ik er ook niets van.
Maar als ik later hun vrouwen spreek, dan moeten die auto’s om de haverklap naar de garage.
Over de rekening wordt tactvol door manlief gezwegen, of er komt zo’n slaande ruzie van dat die vrouwen er voortaan zelf wel tactvol hun mond over houden.
Die man van die 4.000,- had later een betere auto gevonden, voor de dubbele prijs. Zo kan ik het ook.
Maar ik hoef niet, want ik fiets altijd.

Alkmaar heeft 2.498 spookburgers  

Dat klinkt spannend.
Ik weet wat het betekent. Dat wordt trouwens in het krantenbericht duidelijke uitgelegd, maar het is heel verleidelijk om daar hele andere dingen bij te denken.
Wat dacht u van een nieuw soort hamburger? Met een vleugje scherpe saus en uitjes, om het griezelige van spook hamburgers nog eens te benadrukken.
En is Alkmaar nu een spookstad, of moet je daarvoor nog veel meer spookburgers hebben?

En alle burgers die inmiddels zijn overleden?
Die staan ook nergens meer geregistreerd, alleen op het kerkhof. 
Zijn dat spookburgers? Of komen die alleen nog spoken bij volle maan om 12 uur nachts op het kerkhof?
En waar wonen die spookburgers dan?
Op een spookkasteel? Of in hogere sferen? Voor wie zijn ze dan nog waar te nemen?
Voor mensen met een zesde zintuig?

Ik vind het knap dat die mensen het nog voor elkaar hebben om ergens vandaan een uitkering te krijgen. Begrijp me goed, het is tegen de wet en onrechtvaardig en onjuist. Laat ik duidelijk zijn over mijn mening. Maar evengoed is het verdraaid knap om dat te regelen als je alleen nog maar een spook bent.
Maar ik vind het een uniek verschijnsel. Helaas niet iets om trots op te zijn. Want als het mogelijk is dat je wel geld krijgt en toch niet bestaat, is er iets behoorlijk mis gegaan.
Maar in Nederland kan dat allemaal, dat zie je maar weer.

Jeugd

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, zeggen ze.  

Dat kan soms waar zijn, maar vaak heb je veel aan de rijpheid van je jaren.
Als je dingen hebt geleerd, mensen kunt doorzien, situaties inschatten.
Als je hebt gedaan waar je goed in bent, wat je graag wilt.
Als je levenslessen hebt geleerd.
Als je dingen los kunt laten waar je last van hebt.
Als je hebt begrepen waar het echt om gaat in het leven.
Kennis kun je overdragen, maar ervaring niet.
Die moet je zelf opdoen en dat maakt je rijper, waardevoller als mens. 

Hee mooi mens, ja jij daar!  

Goud zoeken  

Geroezemoes en gelach in de kamer. De kapstok vol jassen.
In de keuken wordt de houten bak bezorgd met de gebakjes van bakkerij Thomas.
Na al die jaren weet ik de naam nog precies.
Ze waren allemaal verschillend, met mokka, met vruchten, met cake en slagroom, en schuitjes met mokkavulling en glazuur. Die vond ik het lekkerst.
Mijn broer en ik mochten altijd met de schaal rond, en dan hadden we eerst zelf in de keuken de lekkerste uitgezocht.
Deze herinnering is puur goud en dat is te zacht om zo te kunnen gebruiken. Pas in een legering met een ander metaal kun je er iets van maken. Dat leerde ik pas later.

Toen besefte ik dat op iedere verjaardag ook oma er was die kans zag de sfeer te verknoeien: “Dat is nou eens een leuke jurk, Nel. Je moet er een sjaal bij kopen. Zullen we eens samen kijken?”
Zo subtiel, dat de meeste mensen het niet eens merkten, maar wij kenden de achtergrond en voelden de angel. 

Nog later zag ik dat dit bij anderen ook vaak gebeurde.
Altijd dezelfde mensen die het hoogste woord hebben. De gastvrouw zelf heeft er weinig aan, die rent met koffie en thee, en komt niet aan gezelligheid toe.
En dan is het toch feest. 

In het dagelijks leven kom je vaak niet verder dan 14 karaats, aan 18 hoef je niet te denken, en vaak moet je met doublé genoegen nemen.
De echte goudzoeker weet dat je er veel voor moet doen, en waardeert het des te meer. 

Wie er geen oog voor heeft loopt er zo aan voorbij.
Een volle trein tussen Alkmaar en Heerhugowaard.
Iedereen kijkt duf voor zich uit, maar wie uit het raam kijkt, kan het zien.
De lucht is doorschijnend blauw, het heeft pas geregend. Ik zie rood, geel, bruin, allerlei herfsttinten, zoals je ze niet in een tube kunt kopen.
Alleen vandaag. Morgen ziet het er weer heel anders uit. 

Het postkantoor, waar in het spitsuur twee loketten open zijn, en je staat natuurlijk in de rij die het minst opschiet.
Naast de stand met folders staat een buggy met een meisje van een jaar of twee.
Als je verstrooid haar kant uit kijkt begint ze te lachen. En jij lacht terug.

Dat vermogen om goud te vinden tussen de dagelijks dingen is iets wat je gevoel van welbevinden op peil kan houden. Dat korreltje goud zit er speciaal voor jou, maar je moet er wel attent op zijn.
De keren dat ik zelf in staat ben dit vermogen vast te houden, is alles wat ik moet doen makkelijker. 

Ik hoop van harte dat mijn kinderen dit ook kunnen, dan geef ik met een gerust hart mijn goudzoekers gereedschap door. 

Geluk

Thema geluk.
Kun je je geluk zelf maken?

Ik las ooit ergens het zinnetje; geluk bestaat niet, je moet maar proberen zonder geluk gelukkig te worden. Ik ben bang dat ze gelijk hebben.

Geluk zit niet in de omstandigheden, maar in jezelf.

Je bent een gelukkig mens als je het daar kunt vinden en het vermogen hebt om het zelf te maken.
Hoe kan dat nou; fijn huis, lieve man, lieve kinderen, goede baan. Alles prima voor elkaar, maar je kunt er helemaal niet blij mee zijn.
Hoe komt dat?
Als ik daar het antwoord op wist was ik rijk, dan kon ik het geluk verkopen aan iedereen die het wou hebben.
O nee, dan was geluk alleen bereikbaar voor wie het kon betalen.
Misschien moeten we geluk juist wel duur gaan verkopen, net als goud en diamanten zodat mensen het meer waarderen.
Zou geluk dan ook duurzamer zijn en niet opraken of wennen?
Hoe zou je het moeten verkopen?
Ingeblikt of vers van het mes, per strekkende meter of in bosjes.
En wie zou het moeten doen?
Er zou een hele nieuwe bedrijfstak ontstaan.
Prima voor de werkgelegenheid, goed voor het toerisme, goed voor de export.
En hoe kom je er aan, moet je het verbouwen, kun je het ergens delven?
Moet het worden ontwikkeld in een laboratorium, of moet het gefabriceerd worden?
Als we er maar geen oorlog om krijgen.
O nee, dat kan niet, want geluk is er voor iedereen en het is niet te koop.

Gelukkig maar. 

Vrije tijd  

De meesten van ons zitten op school, of hebben een werkkring.

Dan is het weekend de tijd waarin je kunt doen wat je leuk vindt.

Als je samen werkt, en je hebt samen de zorg voor je gezin, wordt je vrije tijd schaarser.

Als je gepensioneerd bent, krijgt vrije tijd weer een andere inhoud, omdat je niet meer hoeft te werken.

Vrije tijd staat meestal in een tegenstelling tot werken, school of andere verplichtingen.
Maar als je in je vrije tijd iets doet waarvoor een ander wordt betaald?
Zoals vrijwilligerswerk. Of je doet een cursus of een opleiding.

Wat maakt vrije tijd tot vrije tijd?
Is het tijd waarin je niets hoeft?
Of tijd die je zelf kunt indelen?
Of tijd die je voor je plezier kunt doorbrengen?

In de vakantiemaanden is vrije tijd iets waarover je vanzelf gaat nadenken.

Kunst  

Ik sta in een winkeltje en kijk om me heen.
Er hangen schilderijen in drie dimensies, spreuken, tekeningen en er staat een geboetseerd kinderkopje.
Allemaal vormen van kunst en ze spreken me allemaal aan.
Ik kan niet boetseren. Ik schilder wel.
Als het abstract mag zijn gaat het nog wel, maar als het ergens op moet lijken lijkt het nergens op, als u begrijpt wat ik bedoel.
Maar zo’n kinderkopje zou ik willen maken.
Voor een keer vind ik het jammer dat ik dat niet kan.
Degene die het gemaakt heeft, heeft kans gezien iets over te brengen waar ik geen woorden voor heb.
Iets van dat zachte, dat pure, dat elfjesjachtige wat kleine kindertjes nog hebben en wat je zelfs op een foto niet altijd terug kunt vinden.
Maar ik realiseer me wel dat ik een paar jaar geleden, toen ik zelf nog geen kinderen had, dit kopje voorbij ben gelopen zonder het op te merken.
Net als een schrijver bereikt ook een beeldhouwer alleen degene die oog heeft voor zijn werk.
Je werkt eigenlijk voor jezelf en af en toe komt er een gelijkgestemde ziel, die ziet wat jij ziet.

Troost  

Bestaat troost wel echt?
Kun je iemand troosten die ontroostbaar is?
Ik kan me herinneren dat ik in situaties die om troost vroegen, toch altijd veel had aan mensen die de moeite namen om naast me te staan.
Zelf denk je dan soms dat het weinig zin heeft, en dat je niet weet wat je moet zeggen.
Maar degene die troost nodig heeft, heeft er heel veel aan.
Als je maar naast mensen gaat staan.
En je je realiseert dat je nooit echt bij iemand van binnen kunt kijken.
Je kunt reiken naar hun gevoel, je komt er nooit helemaal.
Maar het feit dat iemand het probeert, doet heel veel.
Daar gaat troost van uit. 

Stilte  

Suizende stilte
Diepe stilte
Alleen geaccentueerd
Door een ritselend blad
En de verre schreeuw van een vogel

Stilte in jezelf
Diepe stilte
Alleen geaccentueerd
Door je ademhaling
En het kloppen van je hart

Stilte
Om even
Intens te leven

 

 

Eva van Baar | evavanbaar@gmail.com